Een lapjesengel

Opeens was ze er. In een weekend, nazomer 2020, zagen we een klein katje door de tuin sluipen. Mijn vriend Henk logeerde een paar dagen bij ons en het was mooi weer. Ze was bang maar accepteerde wel wat melk. Verder bleef ze op gepaste afstand. En weg was ze weer.

Het weekend erna was dochter Eva er met de kinderen. En daar liep ze weer. Ook nu accepteerde ze de melk. De jongens waren direct weg van haar. “Als ze blijft, hoe moet ze dan gaan heten? Was onze vraag… Of Boaz of Jesse of beiden kwamen met Karel. Ze heet Karel. Karel bleef. Aanvankelijk durfde ze ons nauwelijks te naderen, naar binnen komen durfde ze al helemaal nog niet. Uiteindelijk bleek Karel een heel lief aanhankelijk poesje die niets liever deed dan op je schoot zitten, bij ons, maar ook bij anderen. ‘Karel de slet’. Mauwen deed ze niet.

De kattenbak die Ria nog had en waar eerder Kommes en Lokke het op deden, werd uit de kast gehaald.

Karel was al op leeftijd, dat bleek ook wel uit de eerste APK bij de dierenarts. Karel was geen jager, maar in Ferwert kwam ze een paar keer naar binnen met een minimuisje.

Op Terschelling was ze helemaal thuis. De talrijke musjes interesseerden haar totaal niet. Op nog geen meter van haar vandaan konden de musjes genieten van de broodkruimeltjes. Op hun provocaties ging ze nooit in. Heel soms maakte ze een uitstapje naar de buren van de ene kant. Bij de andere buren woonden drie grote honden waarvan er één de hele dag vervaarlijk blafte en dreigde. Karel was toen al doof en merkte er niet veel van.

Karel lag graag aan ons voeteneinde. Midden in de nacht trippelde ze dan voorzichtig langs het bed om geluidloos een plekje te vinden. Ze vertrok ook vaak weer om in de ochtend te laten weten dat ze trek had. Eerst met hele zachte mompelmauwtjes. Later met echt gemauw. Ze kon het alsnog. Het werd steeds vroeger waardoor we genoodzaakt waren de deur van de slaapkamer in de vroege ochtend te sluiten… Om haar later weer binnen te laten. Dan dronk ze haar eigen cappuccino in bed, opgeklopte melk, tegelijk met onze eerste koffie van de dag.

Karel was een oude al wat dementerende dame. Toch vond ze altijd wel de kattenbak, hoewel ze af en toe in de bak zat en over de rand pieste… Haar nageltjes werden scherper en scherper. Dat merkte je goed als ze op een blote buik kroop. Maar ook bleef ze steeds vaker vast zitten op tapijt en haar slaapkleedjes. Steeds meer truien en shirtjes raakten zwaargehavend. 

De verhuizing naar Dordrecht verliep aanvankelijk heel vlot. De dag na de verhuizing kreeg ze een zware terugval. Ze schuifelde wat rond, at niet en was heel onrustig. Toen al dacht ik “Hoe moet dit verder?” maar ze krabbelde weer op en vond haar weg.

Karel had het goed in Ferwert, op Terschelling en ten slotte ook aan de Buiten Walevest in Dordrecht.

Ze genoot net als ikzelf van het uitzicht en van de bootjes op de rivier, had een vast stekje op de vensterbank. Nog steeds was het fijnste plekje je buik. Zij was belangrijker dan boek, laptop of krant. Dat plekje op de eerste rij eiste ze altijd met succes op. Dagelijks maakte ik haar ogen schoon, de korst op haar neus was een no-zone-aerea.

Karel was een klein mager poesje. De laatste tijd begon ze steeds vroeger om eten te roepen, vroeger in de ochtend, vroeger in de middag. Ze at steeds meer (zachte mousse) maar bleef zo mager. Je wil haar dat eigenlijk besparen, maar goed. Toch maar naar de dierenarts. Het consult leverde best veel op. Haar nageltjes werden geknipt. Een paar waren al ingegroeid. Haar schildklier functioneerde niet goed en ze had een nare ontsteking aan de enige kies die ze nog had… Met de nodige medicijnen krabbelde ze weer op. Het mekkeren om eten werd minder. Aanvankelijk een goed teken. Het tweede bezoek aan de dierenarts: uitslag van het bloedonderzoek was erg bemoedigend… Doorgaan met medicijnen. Uiteindelijk nam de eetlust af en werd het steeds moeilijker om haar medicijnen te blijven geven. Afgelopen zaterdag weer naar de dierenarts. Ik hield er rekening mee dat ze niet mee terug zou komen. 

Ze kreeg een infuus om vocht aan te vullen en een antibiotica-injectie. Dit zal wellicht helpen, was de boodschap van de dierenarts. En ja ze krabbelde op, ging eten en zocht haar vertrouwde plekje op de vensterbank weer op. Tot maandagmiddag, ze stopte opnieuw met eten, zocht een veilig hoekje op in de toilet of badkamer.

Woensdagochtend overlegd, toch maar weer een afspraak maken met de dierenarts, ditmaal nog iets meer rekening houden met een laatste keer. Na overleg besloten het niet langer te rekken. Een eerste injectie om haar in slaap te krijgen lukte niet. Zowel op schoot als in haar mandje bleef ze erbij. Bij de tweede injectie ging het wel, Ze trok wat met haar achterpootjes, haar kopje viel opzij en ze was weg. Het afscheid viel wel zwaar.

Gisteren wandelde ze dan toch door het kattenluikje van Midas Dekkers de hemelpoort binnen. Ze is nu een lapjesengel.

Plaats een reactie