Johan de Witt 400 jaar een terugblik

Vorige week vierde Dordrecht van 24 tot en met 26 september groots de verjaardag van de belangrijkste Dordtenaar uit de geschiedenis: Johan De Witt. Dagen van lezingen, rondleidingen, voorstellingen, muziek. De museumwinkel vol met boeken over de gebroeders Johan en Cornelis, waaronder een romancyclus, biografie en bundels met brieven van en aan Johan de Witt…Vat dat maar eens in een overzichtsartikel samen, eigenlijk niet te doen, maar laat ik toch maar een poging wagen.

Laat ik een paar aspecten uit het leven van Johan de Witt ophalen, die bij mij zijn blijven hangen, na een week van ‘informatie(over)load’, onder meer over het rampjaar 1672, ‘het zoeken naar de ware vrijheid’ en de eeuwigdurende spanning tussen volk, ‘Oranje’ en de regenten.
De slotwoorden van burgemeester Nanning Mol bij de aftrap: “Laten we Johan de Witt niet alleen herdenken, maar ook vieren. Zijn gedachtegoed is een kompas voor een rechtvaardige, verbonden en toekomstgerichte samenleving.”

Burgemeester Nanning Mol foto: Wim van de Pol

Stoïcijn met een reformatorisch sausje
Na een welkomstgroet van de burgemeester en de Marinierskapel bij het standbeeld mocht Luc Panhuysen, schrijver van de biografie ‘De Ware Vrijheid’, over de levens van Johan en Cornelis de Wit in de Augustijnenkerk de inhoudelijke aftrap geven van het driedaagse verjaardagsfeest.
Nu kennen we Johan de Witt en zijn broer natuurlijk van de afschuwelijke lynchpartij in het rampjaar 1672. Laten we echter niet vergeten dat hij één van de eerste grote staatsmannen en grondleggers is geweest van wat nu Nederland is. Raadspensionaris van Holland van 1653 tot aan zijn moord in 1672. Een positie die bij het ontbreken van een stadhouder gelijk stond met premier, minister van Buitenlandse Zaken, Binnenlandse Zaken en Financiën bij elkaar.
Johan de Witt was een superintelligente onkreukbare bestuurder. Niet om te kopen, sober levend, een “Stoïcijn met een reformatorisch sausje”, aldus Panhuysen. Een geschenk in de vorm van een varken werd bereid en retour gestuurd naar de afzender…
In dit Stoïcijnse kader zou ik als kernwoorden en -waarden voor het publieke leven van Johan de Witt balans en fatsoen willen noemen.
Zoals gezegd was de Wit een machtig staatsman. Hoewel formeel gezien de functie van raadspensionaris meer weg had van een ambtelijke functie trok hij vrijwel volledig het staatsbestuur naar zich toe. De Oranjes vielen met het overlijden van Willem II in een vacuüm. Zijn zoontje, de latere Willem III, was nog te klein om bij de start van Johan de Witt als raadspensionaris een rol van betekenis te spelen in het landsbestuur. In tijden van grote onrust gedijt charismatisch leiderschap, zoals de Oranjes dat altijd toonden, in vredestijd moet er vooral geregeld worden dat het land in rust is. Johan de Witt kon dit.

Luc Panhuysen foto Wim van de Pol

Geboren in Dordrecht, op 24 september?
Een andere ‘De Witt autoriteit’ is niemand anders dan Jean-Marc van Tol, schrijver van de De Witt-trilogie, waarvan deel drie volgend jaar verschijnt. Tekenaar en mede-auteur van de bekende Fokke en Sukke cartoons.
Hij begon lekker afgelopen woensdag. Nu moet een onderzoeker altijd op zoek zijn naar de waarheid, ook al is het een waarheid die hem of haar wereld kan doen instorten. Bijna verprutste hij ons verjaardagsfeestje. Hij vroeg zich af onze Johan wel in Dordrecht geboren is. Er bestaat geen geboorteakte in de doorgaans zeer betrouwbare archieven van Dordrecht. In het jaar van zijn geboorte woonde vader Jacob voor een groot deel in Den Haag. Is het aannemelijk dat Johan in de hofstad is geboren? Bewijs daarvoor ontbreekt… Ik hou het zelf nog steeds op Dordrecht. Hij kon me niet overtuigen…
Zelfs voor de zekerheid van de geboortedatum 24 september 1625 durfde Jean-Marc zijn hand niet in het vuur te steken. Gelukkig schijft hij boeken vol over onze illustere stadsgenoot, dus aan zijn bestaan en het belang ervan, daarover bestaat, zelfs bij de wetenschapper Jean-Marc van Tol, geen twijfel.
De waarheid is een groot goed. Op zoek blijven naar de waarheid zonder aanziens des persoons misschien nog wel groter. Maar wat is nu toch waarheid? Naast alles wat op mijn tafel ligt ten behoeve van deze terugblik heb ik een boek van de Franse filosofe Simone Weil opengeslagen, en daar lees ik in: “Waarheid: wat onder mensen (behalve bij grote heiligen en genieën?) waar lijkt te zijn, is bijna noodzakelijkerwijs onwaar, en wat waar is, lijkt bijna noodzakelijkerwijs onwaar. … Het leven heeft voor mij persoonlijk, afgezien van wat mij wordt vergund te doen voor het welzijn van andere mensen, geen andere zin dan te wachten op de waarheid.”

Vrouwen rond de Witt
Na de gruwelijke moord in 1672 werd het gehele archief van Johan de Witt in bewaring genomen door de staat. Maar liefst 25.000 brieven aan en van hem zijn bewaard gebleven en vormen een rijke informatiebron om inzicht te krijgen in alle facetten van zijn leven. Ineke Huysman, wetenschapper verbonden aan het Huygens Instituut, is al jaren de drijvende kracht achter het project om deze brieven te ontsluiten. Enkele maanden geleden vertelde ze ook al over dit langdurige project.
Één van de boeken die dit programma heeft opgeleverd is ‘Vrouwen rondom Johan de Witt’. Een boek dat nu eens niet over rampjaren of politieke vraagstukken gaat. Deze brieven geven vooral inzicht in de sociale dynamiek van de zeventiende eeuw. Boeiend ook om te zien hoe Johan de Witt zich verhoudt met de vrouwen in zijn directe en indirecte omgeving.
Dat niet alles in het leven van de Witt bestond uit staatse zaken en strakke keurslijven blijkt wel uit zijn lidmaatschap van ‘L’Ordre de Lunion de la Joye’ (de orde van de vereniging van de vrolijkheid), een schertsorde, opgericht en geleid door twee adellijke dames, Amalia van Brederode, barones van Slavata en haar zusje Anna. Zowel prominente adellieden als hooggeplaatste burger werden toegelaten. Zoiets als een ‘Rotary-club’, maar dan opgericht door twee adellijke dames, onder meer bedoeld om plezier te maken en om adel en burgerij op een informele manier met elkaar in contact te brengen. Een netwerkclub voor mannen én vrouwen. Maar ook een netwerkclub waar vermaak het belangrijkste was. In 1653, het jaar van zijn benoeming tot raadspensionaris, verwierf Johan het diploma dat hem verbond aan deze orde. De inwijding was bijzonder Ineke Huysman schrijft in een blog: “Kun je het je voorstellen: Johan de Witt met zijn linkerpink in de lucht, die, terwijl hij op één been staat, de eed zweert om toegelaten te worden als Ridder in de Orde van de Vrolijkheid? Om vervolgens voorover en achterover te buigen, een sprongetje in de lucht te maken, dan te worden gekust door Amalia en haar zusje Anna, en daarna weg te hippen als een vogel? Een onvoorstelbare situatie, maar toch is het écht gebeurd.”

Johan de Wit en de Koloniën
We lopen verder door de feestelijkheden. Woensdag begonnen we na een korte wandeling door het centrum in de Augustijnenkerk. Vrijdagavond eindigden we ook op deze historische plek met de muzikale theatervoorstelling Noodklok van Muziektheater Hollands Diep en het nog maar één keer eerder uitgevoerde Johan de Witt-Requiem, gecomponeerd door Roel van Oosten.
Noodklok, de muziekvoorstelling, speelt zich af in 1672 aan het bureau van de raadspensionaris. Hij ontvangt vele brieven over de spanningen en gebeurtenissen in het land. Centraal in de voorstelling staat de brief die stadsdichter Swendeline Ersilia voordraagt, gelezen vanuit een mobiel. De brief is van nu, rechtstreeks gericht aan de jarige, Op het scherm aan de zijkant van het podium staat de vraag “Wie wil je zijn?”. Als raadspensionaris was Johan de Witt ongetwijfeld op de hoogte van wat er gaande was in de koloniën, ook van de handel in slaven. Johan de Witt werkte dag en nacht om zijn volk te beschermen. Zijn familie was betrokken bij de koloniën. Vader Jacob was als bestuurder betrokken bij de West Indische Compagnie. Belangrijk wapenfeit van Johan de Witt was het vredesverdrag van Breda in 1667 waar het wat toen armlastige Nieuw Amsterdam (later New York) werd afgestaan met behoud van Suriname, de Molukken en delen van West-Afrika. Grote vraag is hoe we in onze tijd naar de regenten van het Nederland van 400 jaar geleden moeten kijken met het oog op de toen actieve slavenhandel. In die tijd kenden we nog kinderarbeid, dwangarbeid voor gevangenen en de doodstraf met ophanging. We kunnen nog even doorgaan met misstanden die 400 jaar geleden gangbaar waren en die we nu gelukkig niet meer kennen. Dat neemt niet weg dat wij, Nederland en de Nederlandse burgers, de vragen die ‘de kinderen van de slavernij’ stellen met respect moeten benaderen en heel serieus moeten nemen.
Noodklok was woensdag  ook onderdeel van het programma, toen in de Kunstkerk, een locatie die eigenlijk veel beter geschikt is voor dit soort producties dan de Augustijnenkerk.
Helaas hebben veel bezoekers die aan de zijkant en achterin de kerk zaten weinig meegekregen van de overigens boeiende voorstelling.
Bariton Hans Pieter Herman zong het prachtige lied van John Adams, ‘Batter my heart’.Konstantyn Napolov verzorgde het slagwerk.​

Noodklok met Hans Pieter Herman (l), Swendeline Ersilia (m) en Konstantin Napolov (r)

Requiem
Met het genoemde Requiem in Memoriam Johan de Witt herdenken we het rampjaar 1672, waarin de Republiek de Zeven Verenigde Nederlanden in al zijn voegen kraakte en piepte. Op 20 augustus werden Johan en Cornelis door een oncontroleerbare volkswoede gruwelijk vermoord en verminkt. Spinoza noemde de moordenaars ‘Ultimi Barbarorum’, de ergste barbaren.
Dit soort redeloze volksboosheid komt steeds dichterbij. Kijk maar naar wat er na de niet-verkiezing van Donald Trump in de Verenigde Staten gebeurde met een gewelddadige bestorming van het Capitool (in 2021). Nu wil ik de gebeurtenissen van 400 jaar geleden en de bestorming van Het Capitool niet direct vergelijken met protesten die nu gaande zijn tegen het Haagse beleid, zoals we onlangs in het centrum van Den Haag en op andere plaatsen in Nederland zagen. Ik maak me wel zorgen. Dit soort redeloze volksboosheid komt steeds dichterbij.
Terug naar vrijdag: Het Requiem van Roel van Oosten voor koor, piano, sopraansolo en slagwerk is een muziekstuk met veel zeggenschap. Bekende delen uit de katholieke requiemmis werden afgewisseld met teksten van de 17e-eeuwse dichter Joan Broekhuizen. We horen het Merwe’s Oratorium Spinoza’s ‘Ultimi Barbarorum’ en enkele keren “Redeloos, radeloos, reddeloos” zingen, vaak gebruikt om de staat van Republiek ten tijde van het rampjaar te omschrijven, het volk redeloos, de regering radeloos en het land reddeloos.
Het requiem ging enkele jaren geleden in de Kloosterkerk in Den Haag in première. De uitvoering in de Augustijnenkerk was pas de tweede keer dat dit lastige maar mooie requiem werd uitgevoerd. Een kleurrijk en aantrekkelijk muziekstuk.

Merwe’s oratorium Foto’s van Teus de Groot

Over 400 jaar?
Ik geef toe, ik ben geen geboren historicus. Ik zie mezelf ook niet als een intellectueel of een schrijver. Wat dan wel, vraag ik me regelmatig af. Misschien is het wel genoeg om nieuwsgierig te zijn, een geliefde, een liefhebbende vader en grootvader. En misschien is het voldoende om geregeld een stukje te schrijven op een lokaal platform die dan door een paar honderd geïnteresseerden al dan niet met plezier gelezen wordt.
Voor mij gelukkig geen standbeeld, theater of straatnaam waarover 400 jaar later een discussie moet worden gevoerd of het wel terecht is en of het niet vervangen of vernietigd moet worden….
Hoe zullen Rutte, Wilders, Timmermans, Lubbers over 400 jaar worden besproken? Hoe zal dit tijdperk tijdens de geschiedenislessen of in theatervoorstellingen gepresenteerd worden? Vragen die me wel aan het denken zetten. Wellicht dat het een tijd was waarin we onze kwetsbare aarde aan het uitmelken waren. Ik vrees dat in de geschiedenisoverzichten over 400 jaar het hoofdstukje ‘Eind 20ste/ begin 21steeeuw’ zal gaan over de eerste reizen naar de maan en over de (bijna) vernietiging van de aarde. Misschien dat onze nakomelingen de naar onze leiders vernoemde straatnamen dan ook wel willen aanpassen en standbeelden ter discussie stellen…

Plaats een reactie